De Acupunctuur en de Kruidengeneeskunde vormen de belangrijkste toepassingen van de traditionele Chinese geneeskunde (TCM). Deze geneeskunde steunt - zoals elke andere - op cultuurgebonden denkpatronen, waarvan het Taoïsme en de Yin Yang filosofie de historische basis vormen. De Chinese acupunctuur en kruidengeneeskunde hebben dus hun theoretische. achtergrond gemeen. Verder evolueerden beide geneeswijzen tot aparte volwaardige systemen.

De acupunctuur mag beschouwd worden als de pijler van de "externe" geneeswijzen en de kruidengeneeskunde als de belangrijkste "interne" geneeskunde. Dit is niet enkel een allusie op de techniek zelf, maar ook op de gerichtheid: de acupunctuurnaalden werken via het meer externe meridiaanstelsel op de eerste plaats op meer externe aandoeningen, terwijl de ingenomen kruiden voornamelijk gerichtzijn op interne syndromen. Beide therapieën hebben in de loop der geschiedenis verschillende ontwikkelingen gekend en gaven ontstaan aan diverse andere technieken. Zo ontstonden als externe behandelingen naast de acupunctuur diverse massage- en manipulatietechnieken zoals de Tuina in China en de Shiatsu in Japan. Als interne geneeskunde ontwikkelde zich naast de kruidengeneeskunde een vrij uitgebreide dieetleer.

In de laatste 200 jaren ging de interne geneeskunde (kruidenleer) in China meer en meer invloed uitoefenen op de (externe) acupunctuur, bij zover dat de Chinese acupunctuur tegenwoordig veel meer aandacht heeft ook voor de interne geneeskunde, in tegenstelling met de Japanse acupunctuur die traditiegetrouw een zuivere meridiaanbehandeling gebleven is.

 

Nieuws

12-08-2010
Update schooljaar 2010-2011

 

 

print pagina
bookmark pagina
mail naar vriend